ECLI:NL:HR:2019:141

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2019
Publicatiedatum
31 januari 2019
Zaaknummer
18/04611
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 27 Wet BopzArt. 29 lid 5 Wet Bopz
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot cassatie tegen machtiging voortzetting inbewaringstelling alcoholverslaving

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 16 augustus 2018, waarin de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling op grond van de Wet Bopz is bevestigd. De zaak betreft de toepassing van artikel 27 Wet Pro Bopz en de doorbrekingsgrond van artikel 29 lid 5 Wet Pro Bopz, met name in het kader van een alcoholverslaving.

De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank voor het feitelijke verloop van de procedure en het oordeel in eerste aanleg. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl de advocaat-generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen. De klachten in het cassatiemiddel zijn niet ontvankelijk en behoeven geen nadere motivering, omdat zij niet leiden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep van betrokkene verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Polak.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt bevestigd.

Uitspraak

1 februari 2019
Eerste Kamer
18/04611
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE BIJ HET ARRONDISSEMENTSPARKET NOORD-HOLLAND,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/15/277747/FA RK 18-4576 van de rechtbank Noord-Holland van 16 augustus 2018.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
1 februari 2019.