ECLI:NL:HR:2019:1386
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
De zaak betreft een beroep in cassatie van [A] tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd aan [X] GmbH. De indiener van het cassatieberoep had geen domicilieadres in Nederland opgegeven. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld.
Het griffierecht is niet voldaan binnen de gestelde termijn. Vervolgens is de indiener opnieuw aangeschreven met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht, maar hier is geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en op 20 september 2019 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.