Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 september 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een snelheidsovertreding waarbij verdachte op 1 februari 2015 op de Rijksweg A20 te Rotterdam met 189 km/u reed terwijl de maximumsnelheid 100 km/u bedroeg. Verdachte werd aanvankelijk opgeroepen voor een OM-zitting met het oog op een strafbeschikking, maar deze oproeping werd ingetrokken met de toezegging dat een nieuwe oproeping zou volgen. In plaats daarvan werd verdachte gedagvaard voor een zitting bij de kantonrechter.
Het hof stelde vast dat het Openbaar Ministerie deze toezegging niet was nagekomen, maar oordeelde dat dit verzuim niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Het hof motiveerde dat de toezegging niet inhield dat verdachte niet vervolgd zou worden, maar dat de afdoening via een strafbeschikking zou plaatsvinden. Het verzuim betrof slechts de keuze van het forum.
De advocaat-generaal vorderde een voorwaardelijke taakstraf van 30 uur ter compensatie van eventueel nadeel voor verdachte, in plaats van de richtlijnstraf bij strafbeschikking (geldboete van € 1.600,- en 4 maanden ontzegging rijbevoegdheid). Het hof volgde deze vordering en verwierp het niet-ontvankelijkheidsverweer.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Volgens de Hoge Raad is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en berust het op een juiste rechtsopvatting. Daarmee blijft de strafoplegging en de ontvankelijkheid van het OM in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontvankelijkheid van het OM en handhaaft de opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 30 uur.