ECLI:NL:HR:2019:1344
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake kwijtschelding waterschapsbelastingen
Belanghebbende had een verzoek ingediend tot kwijtschelding van de aanslag waterschapsbelastingen over het jaar 2015. Na een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam werd het hoger beroep door het Gerechtshof Den Haag behandeld, waarbij de vordering werd afgewezen. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, maar deze bleken niet ontvankelijk voor cassatie. De klachten gaven geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 13 september 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.