ECLI:NL:HR:2019:1335
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in proceskostenverzoek
Belanghebbende uit Leiderdorp heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een verzoek om veroordeling in proceskosten. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep en concludeert dat de klachten onvoldoende grond bieden voor behandeling in cassatie. Dit komt doordat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens ziet de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de raadsheer Wortel als voorzitter en de raadsheren Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019. Hiermee is het geschil definitief beslecht zonder inhoudelijke behandeling van de klachten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.