ECLI:NL:HR:2019:1318
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over mondelinge behandeling in bezwaar parkeerbelasting
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die door de heffingsambtenaar was opgelegd en gehandhaafd na bezwaar. Nadat belanghebbende beroep had ingesteld, werd de aanslag alsnog vernietigd door de heffingsambtenaar.
In hoger beroep bij het Hof was de vraag of belanghebbende recht had op een integrale vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep. Het Hof wees partijen op de mogelijkheid tot mondelinge behandeling, waarop belanghebbende binnen de gestelde termijn verzocht om een zitting. Desondanks liet het Hof de mondelinge behandeling achterwege en deed mondeling uitspraak zonder partijen te horen.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof de mondelinge behandeling niet had mogen overslaan omdat belanghebbende tijdig gebruik had gemaakt van zijn recht op zitting. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van het recht op mondelinge behandeling.