Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
27 augustus 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor doodslag door tijdens een ruzie na een verjaardagsfeest in Berlicum een ander met een mes in de rug te steken.
De verdachte stelde in cassatie een middel voor, maar dit werd niet ontvankelijk verklaard omdat het geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Advocaat-Generaal adviseerde vernietiging van het arrest voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad stelde ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef. Dit leidde tot vermindering van de straf van elf jaar naar tien jaar en zeven maanden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 27 augustus 2019.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van elf jaar naar tien jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.