ECLI:NL:HR:2019:1229
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Winsttoerekening aan vaste vertegenwoordiger bij zakelijke winstverdeling tussen zakenpartners
Belanghebbende, woonachtig in België, was samen met een in Nederland woonachtige zakenpartner overeengekomen om de winst uit hun samenwerking gelijk te verdelen. De Inspecteur stelde dat een deel van de winst van belanghebbende werd behaald met behulp van zijn zakenpartner als vaste vertegenwoordiger in Nederland, wat leidde tot een belastingaanslag.
Het Hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat een zakelijke winstverdeling uitsluit dat winst wordt toegerekend aan een vaste inrichting in Nederland. Het Hof oordeelde dat de werkzaamheden van de vaste vertegenwoordiger in Nederland ertoe kunnen leiden dat een deel van de winst aan die vaste inrichting wordt toegerekend.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatiemiddel dat zich hiertegen richtte. De Hoge Raad stelde dat artikel 7 van Pro het Belastingverdrag Nederland-België en het OESO-modelverdrag deze winsttoerekening toestaan. Het PE Report 2010 en het Besluit IFZ 2010/457M wijzigen hieraan niets.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van het Hof Amsterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat winsttoerekening aan een vaste vertegenwoordiger mogelijk is ondanks een zakelijke winstverdeling.