ECLI:NL:HR:2019:1218
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak CBb niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) betreffende een bezwaar tegen de afgifte van een tijdelijke zendvergunning. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is.
Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken voor zover de wet dit toestaat. In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van het CBb in deze context.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke basis.