ECLI:NL:HR:2019:1211
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken volmacht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag inzake aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De Hoge Raad verzocht de indiener om binnen zes weken een bewijsstuk van volmacht of een verklaring van instemming te overleggen. Ondanks ontvangst van dit verzoek werd geen bewijs geleverd. De Hoge Raad concludeerde dat de indiener niet bevoegd was het beroep in cassatie in te dienen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen op procedurele gronden zonder inhoudelijke beoordeling van de belastingaanslagen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewijs van volmacht.