ECLI:NL:HR:2019:1156

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
17/05276
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 180 SrArt. 311.5 SrArt. 310 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens ontbreken rechtsvragen bij bewijsvoering wederspannigheid

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een strafzaak over wederspannigheid, artikel 180 Sr Pro. De verdachte stelde dat uit de bewijsvoering niet blijkt dat hij was aangehouden op verdenking van het overtreden van artikel 311.5 juncto artikel 310 Sr Pro, en dat niet kon worden vastgesteld dat de betrokken verbalisant in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening handelde.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep in cassatie werd derhalve verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 9 juli 2019, waarbij vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers het arrest wezen. De conclusie van de plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens was eveneens tot verwerping van het beroep.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep wegens het ontbreken van relevante rechtsvragen bij de bewijsvoering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/05276
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 6 november 2017, nummer 21/006657-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.