ECLI:NL:HR:2019:1071

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
1 juli 2019
Zaaknummer
18/05081
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 SvArt. 358 SvArt. 359 SvArt. 404.1 Sv
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste beoordeling einduitspraak hoger beroep

In deze cassatieprocedure heeft het Openbaar Ministerie beroep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betreft de vraag of een mondelinge beslissing van de rechtbank tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging kan worden aangemerkt als een einduitspraak in de zin van artikel 138 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waartegen hoger beroep openstaat.

Het hof had geoordeeld dat de beslissing van de rechtbank geen einduitspraak was en verklaarde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad oordeelt echter dat deze opvatting onjuist is en verwijst naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2016:1) waarin is vastgesteld dat een dergelijke beslissing wel degelijk een einduitspraak vormt. Hoewel de rechtbank de beslissing mondeling heeft gegeven en deze is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting, voldoet dit niet aan de vereisten van schriftelijkheid zoals bedoeld in de artikelen 358 en 359 Sv, maar dit doet niet af aan het karakter van de beslissing als einduitspraak.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot vernietiging en terugwijzing wordt gevolgd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05081
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, Economische Kamer, van 16 april 2015, nummer 21/003702-14, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, om opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1
Het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat de door de Rechtbank op 12 juni 2014 gegeven beslissing geen einduitspraak is in de zin van art. 138 Sv Pro waartegen hoger beroep openstaat, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:1 is het middel terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.