AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging arrest hof en terugwijzing zaak wegens onjuiste rechtsopvatting over einduitspraak hoger beroep
In deze zaak heeft de economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 16 april 2015 de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 12 juni 2014. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie van 18 juni 2019 betoogd dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de beslissing van de rechtbank geen einduitspraak is in de zin van artikel 138 SvPro waartegen hoger beroep openstaat.
De conclusie verwijst naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad van 5 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1) waarin een vergelijkbare rechtsvraag aan de orde was. De Procureur-Generaal stelt dat het middel van cassatie terecht is voorgesteld en dat het arrest van het hof moet worden vernietigd.
Ambtshalve heeft de Procureur-Generaal geen andere gronden gevonden om het arrest te vernietigen. Hij adviseert de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, zittingsplaats Leeuwarden, voor een nieuwe berechting en afdoening.
Deze conclusie betreft een procedureel geschil over de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de kwalificatie van een beslissing als einduitspraak, zonder inhoudelijke beoordeling van de onderliggende strafzaak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer18/05081
Zitting18 juni 2019
CONCLUSIE
G. Knigge
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
hierna: de verdachte.
De economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 16 april 2015 de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de door de rechtbank Noord-Nederland mondeling gegeven beslissing van 12 juni 2014.
Er bestaat samenhang met de zaak 18/05082. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
De advocaat-generaal bij het hof heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. H.H.J. Knol, advocaat-generaal bij het ressortsparket te Den Haag, heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3.1
Het middelklaagt dat het oordeel van het hof dat de door de rechtbank op 12 juni 2014 gegeven beslissing geen einduitspraak is in de zin van art. 138 SvPro waartegen hoger beroep open staat, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.
3.2
De relevante overwegingen van de rechtbank en het hof zijn gelijkluidend aan die in de samenhangende zaak 15/02248E, waarin de Hoge Raad op 5 januari 2016 uitspraak deed (ECLI:NL:HR:2016:1). Ik concludeer dan ook dat het middel op de in dit arrest vermelde gronden terecht is voorgesteld.
4. Het middel slaagt.
5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, om opnieuw te worden berecht en afgedaan.