Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
2 juli 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk belemmeren van een ambtshandeling door een politieagent tijdens de aanhouding van een derde persoon wegens openbare dronkenschap op 19 augustus 2015 te Den Haag. De tenlastelegging omvatte het vastpakken van de arm van de aangehouden persoon, het uiten van woorden die inhielden dat hij de aanhouding zou blijven belemmeren, het fysiek blokkeren van het pad en het negeren van een verzoek van de politie om aan de kant te gaan.
Het bewijs bestond uit verklaringen van de verdachte zelf, meerdere processen-verbaal van opsporingsambtenaren en verklaringen van andere betrokkenen. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de opsporingsambtenaren niet als bewijs mochten worden gebruikt omdat zij niet door de verdediging konden worden ondervraagd, wat volgens hen in strijd was met het ondervragingsrecht zoals neergelegd in het EVRM.
De Hoge Raad bevestigde dat verklaringen van getuigen die niet door de verdediging zijn ondervraagd toch als bewijs kunnen dienen, mits de bewezenverklaring niet in beslissende mate op die verklaringen steunt en er voldoende steun is in andere bewijsmiddelen. Het hof had geoordeeld dat de verklaringen van de verbalisanten niet de enige basis vormden voor de bewezenverklaring, maar dat deze voldoende steun vond in de verklaring van de verdachte en andere bewijsmiddelen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. De verzoeken van de verdediging om getuigen te horen werden afgewezen omdat het hof het niet noodzakelijk achtte voor de volledigheid van het onderzoek. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de verdachte. Tevens werd erkend dat de redelijke termijn was overschreden, maar dit leidde niet tot rechtsgevolgen gezien de opgelegde straf.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling wegens opzettelijk belemmeren van ambtshandeling bevestigd.