Uitspraak
gevestigd te Chaam,
gevestigd te Waalwijk,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beslissing
22 juni 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een verhuurder van een bedrijfspand verplicht is om het pand eerst aan de huurder aan te bieden voordat hij het verkoopt. Villa Vredeoord, de verhuurder, had tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. Casade, de huurder, stelde een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in.
De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties voor het gedingverloop en stelde vast dat de klachten van Villa Vredeoord niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het voorwaardelijk incidentele beroep van Casade kwam daardoor niet aan de orde. De Hoge Raad verwierp het principale cassatieberoep van Villa Vredeoord en veroordeelde deze partij tot betaling van de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd op 22 juni 2018 uitgesproken door de raadsheren onder voorzitterschap van Van Buchem-Spapens.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Villa Vredeoord wordt verworpen en de kosten worden aan haar opgelegd.