ECLI:NL:HR:2018:966

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
20 juni 2018
Zaaknummer
18/00639
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. Voor de behandeling van het cassatieberoep is griffierecht verschuldigd. Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar heeft niet binnen de gestelde termijn een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen ingediend.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen aangeschreven en in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog te voldoen, maar betaling bleef uit. Ook een verzoek tot heroverweging van de afwijzing van het beroep op betalingsonmacht werd door de griffier afgewezen.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet voldoen van het griffierecht. De Hoge Raad acht geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

22 juni 2018
nr. 18/00639
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Amsterdamvan 23 januari 2018, nr. AMS 17/2867 V, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 maart 2018 in de gelegenheid gesteld de daarbij gevoegde verklaring omtrent afwezigheid van vermogen binnen twee weken na dagtekening van die brief, volledig ingevuld en ondertekend aan de Hoge Raad terug te zenden. Volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is die brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft van die geboden gelegenheid niet binnen de in de brief van 26 maart 2018 gestelde termijn gebruik gemaakt.
Bij brief van 13 april 2018 heeft de griffier van de Hoge Raad het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Tevens is in deze brief meegedeeld dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk kan worden verklaard.
Bij brief van 17 april 2018 heeft belanghebbende verzocht de hiervoor vermelde afwijzing te willen heroverwegen. De griffier heeft belanghebbende bij brief van 19 april 2018 meegedeeld dat in hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd geen aanleiding is gezien van die beslissing terug te komen.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 24 april 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 25 mei 2018 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 26 mei 2018 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2018.