ECLI:NL:HR:2018:965

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
20 juni 2018
Zaaknummer
17/05624
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake AOW-besluit Sociale Verzekeringsbank

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 november 2017, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland werd behandeld. De zaak betrof een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Sociale Verzekeringsbank en een conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de klachten concludeerde de Hoge Raad dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde dit geen nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad oordeelde verder dat er geen gronden waren om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond en sprak het arrest uit op 22 juni 2018, gewezen door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

22 juni 2018
nr. 17/05624
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 3 november 2017, nrs. 16/7608 AOW en 16/7609 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (nrs. 15/2814 en 16/2311) betreffende een besluit van de Sociale Verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Sociale Verzekeringsbank heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2018.