Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 21 november 2017, nr. SGR 17/3543 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 3 augustus 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Het beroep in cassatie richtte zich tegen een uitspraak van 21 november 2017 en een eerdere uitspraak van 3 augustus 2017.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het beroep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 15 juni 2018 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of kans van slagen.