In deze zaak heeft belanghebbende, woonachtig in Maastricht, beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betreft een belastingrechtelijke bestuursrechtzaak waarin het hof eerder een uitspraak deed op het verzet van belanghebbende.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 26 januari 2018 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.