Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
23 januari 2018.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 23 januari 2018 het cassatieberoep van de verdachte verworpen in een strafzaak over feitelijk leidinggeven aan medeplegen van verduistering en witwassen van grote contante geldbedragen. De zaak betrof het niet overmaken van gelden aan de rechthebbende op grond van remboursovereenkomsten.
De verdachte, geboren in 1966, was in hoger beroep door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte en ondersteund door zijn advocaat. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.