ECLI:NL:HR:2018:785
Hoge Raad
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing over beslag op geldbedrag in Belgisch rechtshulpverzoek
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant die een klaagschrift gegrond verklaarde en teruggave van een geldbedrag van €27.000 aan klager gelastte. Dit bedrag was in beslag genomen op grond van een Belgisch rechtshulpverzoek en lag onder klager, die verdachte is in een Belgisch onderzoek.
De rechtbank had geoordeeld dat het strafvorderlijk belang zich niet verzette tegen teruggave, omdat niet was gesteld of gebleken dat klager verdachte was in een Nederlands strafrechtelijk onderzoek. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank hiermee een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd, omdat het strafvorderlijk belang niet beperkt is tot het Nederlandse strafvorderlijke belang.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank om het klaagschrift opnieuw te behandelen met inachtneming van het juiste toetsingskader. Het arrest benadrukt dat bij de beoordeling van beslag in het kader van een rechtshulpverzoek ook het buitenlandse strafvorderlijk belang moet worden betrokken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbeoordeling van het beslag op het geldbedrag.