Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 5 september 2017, nr. SGR 16/7485, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de schenkbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 5 september 2017, waarin een aanslag in de schenkbelasting aan hem was opgelegd. De Staatssecretaris van Financiën heeft hiertegen een verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad heeft het ingediende cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 25 mei 2018 in het openbaar gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Den Haag bevestigd.