Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 5 september 2017, nr. SGR 16/7486, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de schenkbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 september 2017, waarin een aanslag in de schenkbelasting aan belanghebbende was opgelegd.
De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools en is op 25 mei 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.