Uitspraak
thans gedetineerd in de PI Ter Peel,
zetelende te Den Haag,
mr. G.C. Nieuwland.
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
18 mei 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft verdachte, gedetineerd in de PI Ter Peel, een kort geding aangespannen tegen de Staat der Nederlanden met het verzoek om onderzoeksmateriaal dat berust bij het Openbaar Ministerie en het Nederlands Forensisch Instituut te verkrijgen. Dit verzoek was eerder door het hof in de strafzaak afgewezen. Verdachte stelde dat het weigeren van het onderzoeksmateriaal een doorkruising van de rechtsgang betekende.
De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de voorzieningenrechter van 4 mei 2016 en het arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 februari 2017 voor het verloop van het geding in feitelijke instanties. Tegen het arrest van het hof heeft verdachte cassatie ingesteld. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt verworpen en verdachte wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak bevestigt de toetsingsmaatstaf bij de beoordeling van beslissingen van de strafrechter omtrent het verstrekken van onderzoeksmateriaal en het recht van de verdachte op onderzoek in eigen beheer, waarbij de rechterlijke afwijzing in dit geval standhoudt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het verzoek tot verkrijging van onderzoeksmateriaal afgewezen.