Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
15 mei 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een roofoverval op een 88-jarige vrouw in haar woning waarbij de verdachte haar meermalen hard tegen het hoofd heeft gestompt. Het hof stelde vast dat de verdachte bewust en doelgericht geweld heeft gebruikt tegen een kwetsbaar lichaamsdeel van het slachtoffer, wetende dat zij op leeftijd was en een fragieler gestel had. Hierdoor viel de vrouw en liep zij ernstige verwondingen op.
De verdachte had het plan om te stelen en gebruikte het geweld om de diefstal gemakkelijker te maken. Het hof concludeerde dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer, wat door de Hoge Raad werd bevestigd. De verdediging voerde aan dat er geen opzet was, maar dit werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelde tevens dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van tien jaar naar negen jaar en zeven maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen jaren en zeven maanden wegens termijnoverschrijding, bewezenverklaring poging tot gekwalificeerde doodslag blijft gehandhaafd.