Belanghebbende exploiteert een multifunctioneel softwareprogramma waarvoor licentievergoedingen verschuldigd zijn. Deze licentievergoedingen waren deels niet betaald en opgenomen als passiva op de balans. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op en corrigeerde de aftrek van deze licentievergoedingen.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de licentievergoedingen voor 2007 niet aftrekbaar waren en pasten de foutenleer toe op de passivering van de bedragen voor eerdere jaren. Het Hof vond dat het passiveren van betalingsverplichtingen een fout in de zin van de foutenleer kon zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat passivering van verschuldigde maar niet volledig aftrekbare bedragen geen fout in de zin van de foutenleer is. De foutenleer biedt geen grondslag voor correctie van de fiscale winstberekening indien de passivering een reële betalingsverplichting betreft. Daarom vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof en vermindert de navorderingsaanslag tot het door de Rechtbank vastgestelde bedrag minus een aftrekbaar deel van de licentievergoeding over 2007.
De Hoge Raad verklaart het incidentele beroep ongegrond, veroordeelt de Staatssecretaris en de Inspecteur in proceskosten en gelast vergoeding van griffierechten. De uitspraak bevestigt dat de foutenleer niet kan worden toegepast op passivering van reële betalingsverplichtingen die niet volledig aftrekbaar zijn.