Uitspraak
[X]te
[Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 21 november 2017, nr. SGR 17/4027 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 27 juli 2017.
Hoge Raad
Belanghebbende uit België heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende een verzetzaak. De Hoge Raad heeft beoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. De uitspraak is gedaan door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Groeneveld en Beukers-van Dooren, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2018.
Deze beslissing betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld en dat de eerdere uitspraak van de Rechtbank Den Haag in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan kans op slagen.