ECLI:NL:HR:2018:60

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2018
Publicatiedatum
23 januari 2018
Zaaknummer
16/02264
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak gekwalificeerde diefstal en maatstaf taakstrafvervanging

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen. Het betrof een strafzaak over gekwalificeerde diefstal, waarbij onder meer de vraag speelde of de betekening van de dagvaarding aan een huisgenoot op het GBA-adres van de verdachte correct was uitgevoerd. Tevens stond centraal welke maatstaf gehanteerd moet worden bij de vervanging van eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen door taakstraffen.

De zaak kwam voort uit een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 april 2016. De verdachte, geboren in 1975, was in hoger beroep veroordeeld. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte en ondersteund door zijn advocaat. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 23 januari 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

23 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/02264
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 april 2016, nummer 22/005643-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 januari 2018.