ECLI:NL:HR:2018:55

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2018
Publicatiedatum
18 januari 2018
Zaaknummer
17/02867
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag grondbelasting

Belanghebbende, een vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van de inspecteur der belastingen in Aruba tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg Aruba over de aan belanghebbende opgelegde aanslag grondbelasting voor de jaren 2012 tot en met 2016.

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarnaast achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft gehandhaafd.

Uitspraak

19 januari 2018
Nr. 17/02867
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] N.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Sabavan 21 maart 2017, nr. AUA2016H00008, op het hoger beroep van de inspecteur der belastingen in Aruba tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg Aruba (BBZ nr. 66561 van 2015) betreffende de aan belanghebbende voor het tijdvak 2012‑2016 opgelegde aanslag grondbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2018.