Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
3 april 2018.
Hoge Raad
Op 14 januari 2012 werd een Opel Zafira in Maastricht in brand gestoken, waarbij sprake was van gemeen gevaar voor naastgelegen auto's en een heg. Verdachte werd aangehouden als medepleger van deze brandstichting. Het hof stelde vast dat het plan om de auto in brand te steken aan de keukentafel bij de vader van verdachte was besproken in aanwezigheid van verdachte. Verdachte regelde het voertuig, reed de mededader naar de auto, wees de auto aan en reed na de brandstichting weer weg met de mededader.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor medeplegen, waarbij sprake moet zijn van een nauwe en bewuste samenwerking met een bijdrage van voldoende gewicht. Het hof motiveerde uitvoerig waarom de gedragingen van verdachte als medeplegen kwalificeren, ondanks dat de feitelijke brandstichting door de mededader werd gepleegd.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, wat leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van elf maanden met zes maanden voorwaardelijk tot tien maanden en twee weken met zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Het beroep wordt verder verworpen.
Uitkomst: De straf wordt verminderd tot tien maanden en twee weken gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.