Belanghebbende, een fiscale eenheid waarbinnen een ziekenhuis opereert, had een naheffingsaanslag omzetbelasting ontvangen over het tweede kwartaal van 2011 inzake de integratielevering van een ziekenhuisgebouw op eigen grond. De integratielevering is op grond van de wet gelijkgesteld met een belaste levering. Belanghebbende had de aftrek van omzetbelasting berekend op basis van een pro-ratapercentage van 3%, gebaseerd op de verhouding van belaste en vrijgestelde prestaties exclusief de vergoeding voor de integratielevering.
De Inspecteur stelde dat dit percentage te laag was en legde een naheffingsaanslag op. Belanghebbende betoogde dat de vergoeding voor de integratielevering ook in de pro-rataberekening moest worden meegenomen, wat een hoger aftrekpercentage van 51% rechtvaardigde. De Inspecteur accepteerde uiteindelijk een percentage van 47%, maar paste dit niet toe op de integratielevering zelf.
De Rechtbank en het Hof verwierpen het standpunt van belanghebbende dat de vergoeding voor de integratielevering in de pro-rataberekening moest worden betrokken. De Hoge Raad oordeelt echter dat de pro-ratamethode moet worden toegepast op het geheel van gemengd gebruikte goederen en diensten, inclusief het ziekenhuisgebouw. Hierdoor heeft belanghebbende recht op aftrek van omzetbelasting over de integratielevering volgens het hogere percentage van 47%, waardoor de naheffingsaanslag niet in stand kan blijven.
De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraken van Rechtbank en Hof, evenals de naheffingsaanslag, en veroordeelt de Staatssecretaris en de Inspecteur in de proceskosten.