Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 maart 2018.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 april 2016, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het beroep richtte zich op de matiging van de betalingsverplichting op grond van draagkracht.
De Hoge Raad overweegt dat het middel geen aanleiding geeft tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het middel zonder nadere motivering verworpen.
De uitspraak bevestigt dat de draagkracht van betrokkene niet tot matiging van de betalingsverplichting leidt en bekrachtigt daarmee het arrest van het hof. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de betalingsverplichting tot ontneming wordt niet gematigd.