Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 27 juni 2017, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant inzake een aan belanghebbende opgelegde hondenbelastingaanslag werd behandeld.
Het Dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek en het Dagelijks bestuur een conclusie van dupliek indienden. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 16 maart 2018 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wortel als voorzitter en raadsheren Groeneveld en Beukers-van Dooren.