Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring, bewijsvoering en kwalificatie
3.Beoordeling van het tweede middel
- onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf.
5.Slotsom
6.Beslissing
13 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen en feitelijke leiding geven aan witwassen van circa 1258 kilogram goud.
Het Hof had geoordeeld dat het goud afkomstig was uit enig misdrijf omdat verdachte gebruik had gemaakt van strafbare feiten zoals export zonder vergunning, valsheid in geschrift en gebruik van vervalste documenten om de export te omzeilen. De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie dat voorwerpen slechts als afkomstig uit enig misdrijf kunnen worden aangemerkt indien zij voortkomen uit een voorafgaand gepleegd misdrijf.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat het goud zelf uit een misdrijf afkomstig was, aangezien alleen is vastgesteld dat het goud uit Venezuela kwam en dat de strafbare feiten betrekking hadden op de exporthandeling. Daarom vernietigt de Hoge Raad het oordeel over de herkomst van het goud en de strafoplegging voor zover dit betreft, en verwijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting.
Andere middelen van cassatie worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel over de herkomst van het goud en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.