Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:275

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2018
Publicatiedatum
22 februari 2018
Zaaknummer
17/02664
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroepen in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen gemeente Amstelveen

Belanghebbende en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen stelden cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam betreffende beschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelastingen over het jaar 2013 voor twee onroerende zaken te Amstelveen.

Beide partijen voerden meerdere klachten aan in hun respectievelijke cassatieberoepen. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad achtte geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde beide cassatieberoepen ongegrond. Het arrest werd op 23 februari 2018 in het openbaar gewezen door raadsheer Wortel als voorzitter, en raadsheren Groeneveld en Beukers-van Dooren.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen van belanghebbende en het College ongegrond.

Uitspraak

23 februari 2018
Nr. 17/02664
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) en het incidenteel beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 20 april 2017, nrs. 16/00040, 16/00041, 17/00203 en 17/00204, op de hoger beroepen van belanghebbende en van de heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 14/1285) betreffende de beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1] en [a-straat 2] te [Q] .

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het College heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft schriftelijk zijn zienswijze omtrent het incidentele beroep naar voren gebracht en in het principale beroep een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft in het incidentele beroep een conclusie van repliek ingediend en in het principale beroep een conclusie van dupliek ingediend.
Belanghebbende heeft in het incidentele beroep een conclusie van dupliek ingediend.
2 Beoordeling van de in het principale beroep en de in het incidentele beroep aangevoerde klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2018.