ECLI:NL:HR:2018:2425

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 november 2018
Publicatiedatum
21 januari 2019
Zaaknummer
17/01156
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 81 ROArt. 322.3 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzettelijk vervoer van meer dan vijf kilo amfetamine

Verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het opzettelijk vervoeren van ruim vijf kilo amfetamine in een auto, in strijd met artikel 2, onderdeel B, van de Opiumwet. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de gewijzigde samenstelling van het hof, verzoeken tot nader onderzoek, bewijsuitsluiting wegens onrechtmatige inzet van dwangmiddelen en de vraag of sprake was van opzet.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van het hof bleef daarmee in stand en het beroep van verdachte werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde hiermee de strafrechtelijke aansprakelijkheid van verdachte voor het vervoeren van de drugs.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad, W.A.M. van Schendel, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, op 20 november 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor het opzettelijk vervoeren van ruim vijf kilo amfetamine blijft in stand.

Uitspraak

20 november 2018
Strafkamer
nr. S 17/01156
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 20 februari 2017, nummer 21/004578-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (voormalige Sovjet-Unie) op [geboortedatum] 1972.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 november 2018.