Belanghebbende, gevestigd in Duitsland, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 15 april 2016, betreffende de aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente over het jaar 2011.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren op 21 december 2018.