Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 9 februari 2018, nr. HAA 15/4677, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het gerechtshof Noord-Holland van 9 februari 2018, waarin een bedrag aan overdrachtsbelasting was vastgesteld dat belanghebbende op aangifte had voldaan.
De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en de Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. Belanghebbende reageerde schriftelijk op deze conclusie.
De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en sprak het arrest uit op 21 december 2018, waarbij de vice-president G. de Groot als voorzitter en vier raadsheren het arrest tekenden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard zonder veroordeling in proceskosten.