ECLI:NL:HR:2018:2274

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2018
Publicatiedatum
6 december 2018
Zaaknummer
18/03620
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een naheffingsaanslag omzetbelasting. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden van het beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per brief in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 4 oktober 2018.

Belanghebbende heeft het verzuim niet tijdig hersteld; de brief die op 10 oktober 2018 per fax werd ingediend, werd als te laat ontvangen buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 7 december 2018 door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden.

Uitspraak

7 december 2018
Nr. 18/03620
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 30 juli 2018, nr. AWB 17/4553, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat niet de gronden van het beroep.
Bij brief van 23 augustus 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na de dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 4 oktober 2018.
Nu herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden – de op 10 oktober 2018 bij de Hoge Raad per fax ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten –, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2018.