ECLI:NL:HR:2018:2211

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2018
Publicatiedatum
29 november 2018
Zaaknummer
18/01902
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Amsterdam over naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Voor het indienen van het cassatieberoep moest griffierecht worden betaald. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, maar heeft niet voldaan aan de door de griffier gestelde voorwaarden om dit te onderbouwen.

De griffier heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk verzocht de verklaring omtrent afwezigheid van vermogen in te vullen en het griffierecht te betalen. Ondanks dat de brieven zijn ontvangen, heeft belanghebbende niet gereageerd of betaald. Hierdoor is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en wees het beroep in cassatie af zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Het arrest is uitgesproken door drie raadsheren onder voorzitterschap van J. Wortel op 30 november 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

30 november 2018
Nr. 18/01902
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Amsterdamvan 22 maart 2018, nrs. AMS 17/2545 V, AMS 17/2549 V, AMS 17/2551 V, AMS 17/2553 V, AMS 17/2556 V, AMS 17/2558 V, AMS 17/2560 V, AMS 17/2562 V, AMS 17/2566 V, AMS 17/2567 V, AMS 17/2572 V, AMS 17/2578 V, AMS 17/2580 V, AMS 17/3262 V, AMS 17/3263 V en AMS 17/3264 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelastingen van de gemeente Amsterdam.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.
De griffier van de Hoge Raad (hierna: de griffier) heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 10 juli 2018 in de gelegenheid gesteld de daarbij gevoegde verklaring omtrent afwezigheid van vermogen binnen twee weken na dagtekening van die brief, volledig ingevuld en ondertekend aan de Hoge Raad terug te zenden. Volgens de Track&Trace gegevens van PostNL is die brief afgehaald op de afhaallocatie. Belanghebbende heeft van die geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Bij brief van 25 juli 208 heeft de griffier het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Tevens is in die brief meegedeeld dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht het beroep in cassatie niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Bij brief van 27 juli 2018 heeft belanghebbende haar beroep op betalingsonmacht herhaald. Ook die brief bevat niet de gegevens en stukken als bedoeld in de brief van de griffier van 10 juli 2018. Dit herhaalde verzoek is door griffier, mede gelet op de eerder aan belanghebbende toegezonden brief van 25 juli 2018, buiten beschouwing gelaten.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 juli 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 29 augustus 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL eveneens is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft hierop niet nader gereageerd.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2018.