ECLI:NL:HR:2018:2164

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 november 2018
Publicatiedatum
21 november 2018
Zaaknummer
18/01364
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:265f BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing contactbeperking ouder-minderjarige

In deze zaak heeft de moeder cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag waarin een schriftelijke aanwijzing van een gecertificeerde instelling werd bekrachtigd. Deze aanwijzing betrof een beperking van het contact tussen de moeder en haar minderjarige kind, conform artikel 1:265f BW.

De moeder verzocht de Hoge Raad om deze schriftelijke aanwijzing te laten vervallen. De vader en de gecertificeerde instelling traden als verweerders op, waarbij de instelling niet is verschenen in cassatie. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en bleef de schriftelijke aanwijzing gehandhaafd. De beschikking van het gerechtshof Den Haag van 28 februari 2018 bleef daarmee in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de schriftelijke aanwijzing met contactbeperking blijft gehandhaafd.

Uitspraak

23 november 2018
Eerste Kamer
18/01364
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
1. STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZUID-HOLLAND,
gevestigd te Gouda,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen;
2. [de vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als de moeder en verweerder sub 2 als de vader.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/539578/JE RK 17-1863 van de rechtbank Den Haag van 9 oktober 2017;
b. de beschikking in de zaak 200.228.395/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 februari 2018.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
23 november 2018.