ECLI:NL:HR:2018:2049

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 november 2018
Publicatiedatum
5 november 2018
Zaaknummer
17/01564
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik proces-verbaal taxivervoer zonder taxameter

In deze strafzaak stond de vraag centraal of het gebruik van een proces-verbaal van een verbalisant, die vier jaar na het ten laste gelegde feit als getuige werd gehoord en zich slechts globaal het voorval kon herinneren, in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro.

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor het verrichten van taxivervoer zonder gebruik van een taxameter. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De advocaat van de verdachte voerde aan dat het bewijs, bestaande uit het proces-verbaal van de verbalisant, onrechtmatig was en het ondervragingsrecht van de verdachte had geschaad.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat het gebruik van het proces-verbaal als bewijs geen schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt. De Hoge Raad vond geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het beroep van de verdachte werd verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bleef in stand. Hiermee werd bevestigd dat het bewijsrecht in deze zaak correct is toegepast en het ondervragingsrecht niet is geschonden.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

6 november 2018
Strafkamer
nr. S 17/01564 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, Economische Kamer, van 15 maart 2017, nummer 23/002232-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 november 2018.