ECLI:NL:HR:2018:2009

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2018
Publicatiedatum
25 oktober 2018
Zaaknummer
17/04932
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 SvArt. 365a SvArt. 511e SvArt. 511g Sv
Verwijzingen
9 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken inhoud bewijsmiddelen bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit medeplegen mensenhandel.

Het middel in cassatie klaagde dat de bestreden uitspraak niet de inhoud van de bewijsmiddelen bevatte waarop de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel was gebaseerd. Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken ontbrak een aanvulling als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv, en het hof had bevestigd dat zo'n aanvulling niet was opgemaakt.

De Hoge Raad oordeelde dat op grond van art. 511e en 511g Sv, in samenhang met art. 359, derde lid, Sv, de uitspraak op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de bewijsmiddelen moet vermelden met weergave van de inhoud daarvan, inclusief de feiten en omstandigheden die de schatting rechtvaardigen. De bestreden uitspraak voldeed niet aan dit vereiste.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 30 oktober 2018.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens ontbreken van inhoud bewijsmiddelen bij schatting ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

30 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/04932 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 2 september 2004, nummer 23/001196-01, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat de bestreden uitspraak niet de inhoud bevat van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend.
2.2.
Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich de bestreden uitspraak, die niet de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen bevat. Bij die stukken bevindt zich niet een aanvulling als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv houdende de gebezigde bewijsmiddelen. Het Hof heeft aan de Hoge Raad bericht dat zo een aanvulling niet is opgemaakt.
2.3.
Ingevolge art. 511e, eerste lid, Sv (in eerste aanleg) en art. 511g, tweede lid, Sv (in hoger beroep) is op de uitspraak op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel art. 359, derde lid, Sv van overeenkomstige toepassing. Dat betekent dat die uitspraak de bewijsmiddelen moet vermelden waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, voor zover bevattende de voor die schatting redengevende feiten en omstandigheden. (Vgl. HR 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BV9087, NJ 2013/544.) De bestreden uitspraak voldoet niet aan dit vereiste en kan daarom niet in stand blijven.
2.4.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 oktober 2018.