ECLI:NL:HR:2018:1996

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2018
Publicatiedatum
18 oktober 2018
Zaaknummer
18/01563
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2011

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 15 maart 2018, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2011.

De Hoge Raad ontving de klachten van belanghebbende en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën, evenals een conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling oordeelde de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder werd geoordeeld dat er geen gronden waren voor een veroordeling in de proceskosten. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en sprak het arrest uit in het openbaar op 19 oktober 2018, gewezen door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

19 oktober 2018
Nr. 18/01563
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 15 maart 2018, nr. 16/03829, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 15/7527) betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2011 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2018.