ECLI:NL:HR:2018:1982

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2018
Publicatiedatum
18 oktober 2018
Zaaknummer
17/06097
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:32 BWArt. 1:77 lid 2 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake nietigverklaring huwelijk wegens geestvermogensstoornis en ontbreken goede trouw

In deze zaak stond de vraag centraal of het huwelijk nietig verklaard kon worden op grond van een geestvermogensstoornis ten tijde van de huwelijksluiting, zoals bedoeld in artikel 1:32 BW Pro, en of het ontbreken van goede trouw van de echtgenoot, zoals bedoeld in artikel 1:77 lid 2 onder Pro b BW, aan deze nietigheid in de weg stond.

De procedure begon bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch een beschikking gaf die het geschil verder behandelde. De man stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof, terwijl de jongste dochter verzocht het beroep te verwerpen. De overige belanghebbenden, waaronder de vrouw, de oudste dochter en de curator, namen geen verweer in cassatie.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het cassatieberoep verworpen.

Deze beschikking is op 19 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh betrokken waren, en de uitspraak werd gedaan door M.V. Polak.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het huwelijk wordt niet nietig verklaard.

Uitspraak

19 oktober 2018
Eerste Kamer
17/06097
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
1. [de jongste dochter] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. C.G.A. van Stratum,
en
2. [de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [de curator] , in haar hoedanigheid van curator van [de jongste dochter] , h.o.d.n. [A] ,
kantoorhoudende te [plaats] ,
4. [de oudste dochter] ,
wonende te [woonplaats] ,
5. de GEMEENTE BREDA, vertegenwoordigd door [ambtenaar van de burgerlijke stand] , ambtenaar van de burgerlijke stand,
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de jongste dochter, de vrouw, de curator, de oudste dochter en abs.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/02/314308 FA RK 16-2273 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 augustus en 6 december 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.210.986/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 oktober 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De jongste dochter heeft verzocht het beroep te verwerpen. De vrouw, de oudste dochter, de curator en abs hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de man] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
19 oktober 2018.