ECLI:NL:HR:2018:197

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2018
Publicatiedatum
13 februari 2018
Zaaknummer
16/03774
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 126nd SvArt. 27.1 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid blokmeting en binnentreden bij hennepteeltonderzoek

In deze strafzaak stond de rechtmatigheid van een blokmeting door een energiebedrijf en het daaropvolgende binnentreden in de woning van verdachte centraal. De politie had op verzoek van het energiebedrijf een blokmeting laten uitvoeren, waarna het vermoeden ontstond dat in de woning hennep werd geteeld.

Verdachte stelde dat voor de blokmeting een vordering a.b.i. artikel 126nd Sv vereist was en dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond bij het binnentreden in zijn woning, zoals vereist volgens artikel 27.1 Sv. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten falen. Er is geen vordering a.b.i. nodig voor een blokmeting op verzoek van de politie en het redelijk vermoeden van schuld was voldoende aanwezig ten tijde van het binnentreden.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 13 februari 2018, waarbij de vice-president van Schendel als voorzitter fungeerde, samen met raadsheren Buruma en van Strien.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtmatigheid van de blokmeting en het binnentreden in de woning van verdachte.

Uitspraak

13 februari 2018
Strafkamer
nr. S 16/03774
DAZ/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juni 2016, nummer 20/003415-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W. Römelingh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 februari 2018.