ECLI:NL:HR:2018:1901

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2018
Publicatiedatum
11 oktober 2018
Zaaknummer
17/03585
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in cassatie inzake aanneming van werk en opschortingsrecht opdrachtgever

In deze zaak stond een geschil centraal over de omvang en kwaliteit van de overeengekomen werkzaamheden in een aanneming van werk. Procede, voorheen Procede Vastgoed B.V., stelde zich op het standpunt dat het opschortingsrecht van de opdrachtgever in dit geval gerechtvaardigd was. De zaak werd in meerdere instanties behandeld, waarbij de rechtbank Almelo en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden diverse uitspraken deden.

Procede stelde beroep in cassatie in tegen de arresten van het gerechtshof, waarbij het zich verzette tegen de interpretatie van de overeengekomen werkzaamheden en het opschortingsrecht. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten voor het gedingverloop en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Volgens art. 81 lid 1 RO Pro is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Procede tot betaling van de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere rechtspraak over de contractuele verplichtingen en het opschortingsrecht in het kader van aanneming van werk.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Procede wordt verworpen en de eerdere arresten worden bevestigd.

Uitspraak

12 oktober 2018
Eerste Kamer
17/03585
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
INNOVATION DOME B.V.,
voorheen Procede Vastgoed B.V.,
gevestigd te Enschede,
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Kuipers,
thans mr. J. de Jong van Lier,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.S. van der Keur en mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Procede en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 99306 ha za 09-67 van de rechtbank Almelo van 25 maart 2009 en 21 april 2010;
b. de arresten in de zaak 200.065.280 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 maart 2012, 1 april 2014, 1 september 2015 en 25 april 2017.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 20 maart 2012, 1 april 2014 en 25 april 2017 heeft Procede beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeeld Procede in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Procede deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
12 oktober 2018.