ECLI:NL:HR:2018:1890

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2018
Publicatiedatum
9 oktober 2018
Zaaknummer
17/00379
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieverwerping in zaak ontuchtige handelingen door leraar

De zaak betreft het cassatieberoep van een leraar die werd veroordeeld wegens ontuchtige handelingen, waaronder het onverwacht in de nek wrijven en het zoenen op de mond van een leerlinge. Het hof Arnhem-Leeuwarden had hem hiervoor veroordeeld op grond van artikel 246 Sr Pro.

De verdachte stelde in cassatie onder meer vragen over het bewijs, met name de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster en de toepassing van het unus testis-criterium volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president van Schendel en raadsheren Buruma en van Strien op 9 oktober 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, waardoor de veroordeling wegens ontuchtige handelingen gehandhaafd blijft.

Uitspraak

9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/00379
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 30 december 2016, nummer 21/004124-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 oktober 2018.