ECLI:NL:HR:2018:1854

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2018
Publicatiedatum
4 oktober 2018
Zaaknummer
18/01369
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam behandeld. Het beroep betrof het verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 5 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Beukers-van Dooren en Cools.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

5 oktober 2018
Nr. 18/01369
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Amsterdamvan 21 maart 2018, nr. AMS 17/872 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 december 2017.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2018