Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Mistelgau-Obernsees, Duitsland,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
De rechtbank heeft de vordering afgewezen.
4.Beslissing
5 oktober 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de financiering en ontwikkeling van een vakantiepark in Duitsland. Eiser verstrekte tussen 2006 en 2012 geldleningen aan betrokkenen die het project ontwikkelden. Na faillissement van een van de betrokken vennootschappen nam Feriendorf het project over.
Eiser stelde dat Feriendorf onrechtmatig had gehandeld door het project over te nemen zonder hem de toegezegde aandelen en grond te geven, wat neerkwam op onrechtmatig profiteren van wanprestatie. De rechtbank wees de vordering af, en het hof bevestigde dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat eiser niet had gesteld dat Feriendorf het project dankzij de wanprestatie had verkregen. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad Feriendorf in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren van Buchem-Spapens, Heisterkamp, Snijders en du Perron.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.